Tunesië, Egypte, Algerije, en ...Syrië?

Dit heb ik doorgesturen gekregen van de man die geïnterviewd is geworden en ik weet dat hij graag zou hebben dat ik dit zoveel mogelijk zou verspreiden, zodat mensen zich bewust worden van de ondraagbare situatie die er daar heerst. 


Reportage: Bevolking is doodsbang, maar ook in Syrië borrelt onder de oppervlakte woede
'Opstaan tegen Assad vergt moed'
ARJEN VAN DER ZIEL
DAMASCUS
Hij praat liever niet over de telefoon, omdat hij vrijwel zeker wordt afgeluisterd. Zijn naam kan ook niet in de krant, omdat hij al te vaak is ontboden bij de gevreesde Syrische veiligheidsdiensten, voor lange intimiderende verhoren. En hij drukt de verslaggever op het hart zijn naam niet te noemen in gesprekken met anderen, omdat overal spionnen zitten. Maar toch laat de Syrische moslimgeestelijke zich door het regime de mond niet snoeren.

In een hoekje van een café in de Syrische hoofdstad Damascus zegt de 50-jarige geestelijke dat de volksopstanden in Tunesië en Egypte hem hoop geven. 'Het Arabische volk is aan het ontwaken', zegt hij. 'Wat nu in die twee landen gebeurt, gaat in de hele Arabische wereld gebeuren.'

De geestelijke is een goedlachse, tengere man met een grijzende baard. Hij was imam in een belangrijke moskee in Syrië. Maar hij mag van het regime van president Bashar al-Assad al jaren niet meer preken, omdat hij weigert de dictatuur goed te praten. Hij is ervan overtuigd dat de bevolking, op termijn, ook in Syrië in opstand komt. 'Onze president is net zo'n grote dief als de Egyptische president Mubarak. Steeds meer mensen doorzien zijn smerige spelletjes.'

Als de moslimgeestelijke zich even later te voet een weg baant door het verkeer in Damascus, blijkt dat hij, hoewel hij niet meer mag preken, behoorlijk wat aanhang heeft. Hij moet om de haverklap stoppen om gelovigen te begroeten. 'Dit zijn leerlingen van mij', zegt hij, terwijl hij enkele mannen de hand schudt. 'De regering beheerst de moskeeën', grijnst hij. 'Maar of je aanhang hebt, hangt niet af van de grootte van je moskee. Het hangt af van je ideeën.'

Syrië is een van de repressiefste landen van het Midden-Oosten. President Assad regeert het land met ijzeren vuist. Overal in het land hangen portretten van de dictator. Wie het waagt de president te bekritiseren, wordt geïntimideerd, gemolesteerd of in de cel gegooid. Internetactivisten hebben hier vrijdag en zaterdag, in navolging van geestverwanten in Tunesië en Egypte, geprobeerd demonstraties tegen het bewind op de been te brengen. Zonder succes.

Toch woeden onder de oppervlakte van de Syrische samenleving grote spanningen. 'Als er één land is waar de autoriteiten zich grote zorgen maken over een Tunesië- of Egypte-scenario, dan is het Syrië', zegt Maurits Berger, hoogleraar islamstudies en Syrië-kenner aan de Universiteit van Leiden. 'De mensen zijn weliswaar doodsbang voor het regime, maar dat waren ze in Tunesië ook. En de woede in Syrië is groter.'

Die woede is onder meer een gevolg van religieuze verdeeldheid. Soennitische moslims vormen driekwart van de bevolking in Syrië. Maar de macht is volledig in handen van de alevitische minderheid, die uit 10 tot 15 procent van de bevolking bestaat, plus invloedrijke clans van Druzen en christenen. Ook president Assad behoort tot die alevitische minderheid. 'De woede van de soennitische meerderheid over die overheersing zit heel diep', zegt Berger. 'Als het regime valt, is de kans groot dat het tot een bijltjesdag komt. Dan gaat het dak er af. Je krijgt dan echt Irak-achtige toestanden.'

De alevieten en andere minderheden hebben er belang bij het regime-Assad in stand te houden. De president stelt zich in zijn buitenlands beleid bovendien hard op tegen Israël, wat populair is onder de bevolking. En de geheime dienst heeft een sfeer van angst en paranoïa gecreëerd.

Veel oppositieleden zitten in de gevangenis. Anderen zijn gevlucht naar het buitenland of zijn zó geïntimideerd dat ze zich koest houden. De Moslimbroederschap is verboden. 'Het stikt hier op straat van de opvallend onopvallende mannen', zegt een diplomaat. 'De schatting is dat zeker een miljoen mensen voor de veiligheidsdiensten werken. Het zijn Stasi-achtige toestanden.'

Desondanks is de dissidente moslimgeestelijke hoopvol dat de bevolking de komende jaren haar angst zal overwinnen. 'In Tunesië zijn linkse jongeren met Che Guevara-posters de straat opgegaan sámen met religieuze activisten. Dat gaat hier ook gebeuren. Het bewustzijn groeit.'

De geestelijke, in een halflange blauwe jas, beent door de wirwar van straatjes in Damascus. Uit kebabrestaurantjes komt de geur van geroosterd vlees. Een kakofonie van claxons barst los als een paardenkar de weg verspert. De sjeik, zoals zijn volgelingen hem noemen, duikt een winkeltje met gordijnstoffen in om een praatje te maken met de uitbater.

Onder het genot van een glaasje thee gaat het gesprek onder meer over de protesten in Tunesië en Egypte. De ondernemer blijkt het roerend eens met de ideeën van de sjeik. Maar als de verslaggever vraagt of hij zelf zou meedoen aan protesten tegen het bewind, valt een lange stilte. De winkelier slikt een slok thee door. Zijn adamsappel gaat op en neer. 'Nee, ik zou niet gaan demonstreren. Dat moeten jongeren doen.'

De sjeik vervolgt zijn weg in de vale winterzon. Hij koopt vlees bij een schaars verlichte slagerij en gaat daarna op huis aan. Volgens de geestelijke worden islamisten in het Westen ten onrechte afgeschilderd als gevaarlijke, antidemocratische monsters. Zelf vergelijkt hij het islamitische verzet liever met de strijd van progressieve katholieke geestelijken in de jaren zeventig en tachtig tegen de junta's in Zuid-Amerika. 'Er is moed voor nodig om op te staan tegen een dictatuur. Het geloof geeft ons die moed.'

Populaire berichten